Rémi de Ligny (Saint Martin d’Heres, 1977) groeide op in Leiden. Na een korte periode op het Grafisch Lyceum Amsterdam startte hij als manusje-van-alles bij een Leidse ontwerpstudio. In zijn vrije uurtjes leerde hij zichzelf daar Photoshop en de basisbeginselen van grafisch ontwerpen. Na enkele jaren bij verschillende grafische bedrijven raakte De Ligny uitgekeken op het werken voor opdrachtgevers en de onvermijdelijke concessies die daarbij horen. Hij veranderde van koers en creëerde zijn eerste digitale collages.

Zijn vroege werken zijn hyper-surrealistische composities van zorgvuldig vrijgemaakte foto’s van objecten, organismen en figuren. Met deze uiterst gedetailleerde, visioenachtige producties in de traditie van Hieronymus Bosch zet De Ligny voortdurend metaforen tegenover elkaar, op onnavolgbare wijze verbonden met de associatieve logica van de droomtoestand.

In 2013 won De Ligny de jaarlijkse ontwerpwedstrijd van de Uitmarkt, en zijn werk verscheen op abri’s door het hele land. Na een succesvolle expositie in 2014 werd hij gevraagd door opinieblad HP/De Tijd om maandelijks een compositie te leveren, afgedrukt op een volledige pagina, ter illustratie bij een nieuwsartikel. De samenwerking leidde tot een serie werken waarin De Ligny zijn eigenzinnige, magisch-realistische stijl frontaal laat botsen met de aardse inhoud van de dagelijkse actualiteiten.

In 2017 nam De Ligny deel aan een expositie van een groep Leidse kunstenaars in de Amsterdamse GO Gallerie getiteld Through a Keyhole. Geïnspireerd door een insect in een glazen doos – een cadeau van een oude vriend en amateur-entomoloog – stelde hij zich een serie voor van uitvergrote insecten volledig vrijgemaakt en geïsoleerd van hun omgeving. De Ligny merkte op dat het exoskelet van een geleedpotige feitelijk bestaat uit series repeterende elementen, en hij begon te experimenteren om de skeletten te herscheppen met mechanische objecten in zijn typische, nauwgezette stijl.

Hieruit kwam de serie Arthropods voort. Waar De Ligny voorheen uitsluitend vrij verkrijgbare beelden en stockfoto’s van internet gebruikte, ging hij gedurende de ontwikkeling van Arthropods steeds meer zelf fotograferen – oud gereedschap, machine-onderdelen, schroot, opgeduikeld uit boerenschuren, kringloopwinkels, vuilcontainers of gewoon van de straat.

De Ligny: ‘Voor de serie die ik voor ogen had zouden stockfoto’s en google images niet meer volstaan. Om de skeletten van de insecten te hercreëren moest ik de fotografie zelf doen, en zoals een autodidact betaamt heb ik mezelf dat geleerd door eindeloos proberen. De Arthropods serie vereist fotografie van objecten met zo min mogelijk optische vervorming, dus steeds loodrecht op het oppervlak. Dan moet je een object langzaam bewegen onder een camera op een statief, en de tientallen foto’s die je neemt combineren tot een lineair panorama.’

‘Vroeger zocht ik eindeloos het internet af met de vreemdste zoektermen. Tijdrovend, maar ik werd er goed in. Nu is het proces totaal anders. Ik ga eerst op zoek naar objecten die mijn interesse wekken, ik struin de straten af en documenteer elk voorwerp dat ik vind. Verroeste tandwielen, een antieke draaibank, een oude gehaktmolen. Dan fotografeer ik die vanuit iedere hoek, en de vormen en texturen die zo ontstaan gebruik ik om bijvoorbeeld een juweelkever te reconstrueren tot in de kleinste details.’ Het is een trechtervormig proces waar het daadwerkelijk ontwerpen slechts het eindpunt is van een lange, intrigerende reis, ook in de letterlijke zin, door de straten van Leiden.

Met Arthropods slaat De Ligny een nieuwe, innovatieve weg in waarbij hij het organische verbindt met het mechanische, het bezielde met het onbezielde, om de evolutie als het ware over te doen, zonder overigens af te wijken van het bouwplan. ‘Je kunt niet teveel afwijken’, aldus De Ligny, ‘als je een ledemaat onder een iets andere hoek plaatst vervorm je het hele bouwwerk. Dat is het blinde genie van evolutie, eindeloos trial and error. Inderdaad, zoals vrijwel mijn gehele oeuvre is ontstaan.’

Achter het verfijnde detail van De Ligny’s werken gaat een ambachtelijk proces schuil dat bestaat uit vijf fasen:

Fase 1: De opnames. De Ligny fotografeert alle voorwerpen onder een constante, loodrechte hoek. Hoe groter de voorwerpen, hoe meer foto’s er dus nodig zijn. Ook het licht moet constant blijven zodat er zo min mogelijk verschillen zijn wanneer de foto’s aan elkaar worden gehecht.
Fase 2: Stitchen. De Ligny naait de verschillende opnames naadloos aan elkaar tot ze één organisch geheel vormen.
Fase 3: Stylesheet. De Ligny stelt een overzicht op van alle elementen van de voorwerpen, uit alle hoeken gefotografeerd.
Fase 4: Constructie. De Ligny bouwt de segmenten van de exoskeletten op aan de hand van het Stylesheet. Hij bootst daarbij de evolutie na in de repeterende elementen, waarvan de vormen behouden blijven als het formaat verandert. Door de zeer hoge resolutie van de foto’s kan een klein detail in het voorwerp een groot deel van een segment representeren.

Fase 5: Fusie. De Ligny voegt de honderden lagen samen waaruit de poten, vleugels, sprieten en andere onderdelen bestaan. Dan maakt hij alle onderdelen van de exoskeletten tot één geheel – en blaast ze leven in.

Eupatorus gracillicornis Vol

Eupatorus gracillicornis Vol

×

Art alert

Met de Art Alert blijft u automatisch op de hoogte als wij nieuwe werken van uw favoriete kunstenaars op deze website publiceren! Als u een account registreert kunt u uw Art Alert voorkeuren beheren.

Lees meer

Inloggen

code